De binnenkant van armoede




                                                                                           (c) FOS Open Scouting - Kris Depecker

Dat je in armoede leeft, bepaalt niet alleen wat je hebt, kunt of doet, maar ook wat je voelt: het gevoel minder kansen te hebben dan anderen, buitengesloten te worden en niet mee te kunnen met een groep of samenleving. Dit wordt de binnenkant van armoede genoemd.

‘Ik tel niet mee’
“Waarom kopen ze al die luxe, terwijl ze er eigenlijk geen geld voor hebben?”. In de hoop er toch bij te horen, kopen mensen in armoede soms dure voorwerpen: een gsm, een flatscreentelevisie, merkkleding, enz. Een keuze die door andere mensen vaak niet begrepen wordt en opnieuw tot uitsluiting leidt.

‘Ik ben niets waard’
“Met lui zijn en profiteren geraak je nu eenmaal nergens.”  Niemand vindt het leuk om een heel jaar thuis te zitten. Een goede job is niet enkel een manier om een inkomen te hebben. Het geeft je ook het gevoel dat je iets kunt en dat je op je eigen benen kunt staan. Maar zonder? Alle steun van de wereld geeft je niet het zelfvertrouwen dat je nodig hebt om de moed weer op te pakken.

‘Ik ken dat niet’
Om naar de jeugdbeweging te kunnen gaan, moet je ze eerst kennen en weten waar en wanneer er activiteiten zijn. Om je kampgeld terug te krijgen, moet je weten dat er bepaalde terugbetalingssystemen bestaan en hoe je er een beroep op kunt doen. Helaas worden deze (en veel andere) weetjes meestal niet op een presenteerbordje aangeboden. Je moet er zelf naar op zoek of men gaat er vanuit dat je dat wel van thuis uit geleerd hebt.

‘Ik kan dat niet’
Wie wil studeren of werk zoekt, moet behoorlijk met de computer overweg kunnen. Wie recht wil hebben op een financiële tegemoetkoming moet een degelijk dossier kunnen opstellen. Wie hulp wil krijgen, moet zijn probleem duidelijk en gestructureerd bij de juiste dienst kunnen uitleggen. Deze vaardigheden leer je niet op school, je pikt het eerder op van je ouders, vrienden of omgeving. Ten minste, als zij hierover beschikken …

‘Het is mijn eigen schuld.’
“Ze hebben het zelf gezocht.” Mensen in armoede krijgen vaak te horen dat het hun eigen schuld is. Soms zo vaak dat ze aan zichzelf gaan twijfelen. Maar niemand droomt ervan als kind om later arm, werkloos of langdurig ziek te zijn.

‘Ik schaam mij’
Met armoede loop je niet te koop. Jongeren in armoede nodigen geen vrienden uit omdat hun huis er niet ‘volgens de boekjes’ uitziet. Ouders durven (of willen, want ook mensen in armoede willen graag hun eigen boontjes doppen) geen hulp te vragen als ze het lidgeld niet kunnen betalen. Ze houden hun problemen verborgen en sluiten zich op de duur af van de samenleving.

‘Het kan mij niet meer schelen’
Mensen in armoede zien vaak geen uitweg meer. Ze hebben de moed niet meer om zich bezig te houden met de dagelijkse beslommeringen én dan ook nog oplossingen te zoeken voor allerhande problemen. De vele problemen nemen al hun energie weg om nog oplossingen te zoeken.