Afhankelijk van de bril waardoor je de armoedeproblematiek bekijkt, zal je armoede op een andere manier verklaren: je vindt dat er andere oorzaken aan ten grondslag liggen en schuift bijgevolg een andere aanpak naar voor om tot een oplossing te komen. Veel mensen zijn zich niet bewust van de bril die ze ophebben.
Jan Vranken – professor aan de universiteit van Antwerpen en gespecialiseerd in het thema armoede – ontwikkelde een schema om de verschillende “brillen” duidelijk te maken. Hij onderscheidt daarin twee belangrijke elementen:
• Je kan de oorzaak van het probleem bij de persoon (het individu) leggen of bij de samenleving.
• Je kan vinden dat er een schuldige is voor het probleem of dat het probleem eerder per ongeluk ontstaat.
• Je kan de oorzaak van het probleem bij de persoon (het individu) leggen of bij de samenleving.
• Je kan vinden dat er een schuldige is voor het probleem of dat het probleem eerder per ongeluk ontstaat.
Zo kom je tot vier ‘brillen’ of ‘modellen’:
1. Oorzaak bij de persoon
De individuele modellen zien de oorzaak van het armoedeprobleem op persoonlijk vlak.
De individuele modellen zien de oorzaak van het armoedeprobleem op persoonlijk vlak.
“Eigen schuld, dikke bult” (individueel schuldmodel)
Als mensen in armoede leven, hebben ze dat aan zichzelf te danken. Wie wil kan de top bereiken. Wie de top niet bereikt, heeft er niet hard genoeg voor gewerkt. Uitspraken zoals “wie wil werken, vindt altijd werk” verwijzen naar deze benadering.
Als mensen in armoede leven, hebben ze dat aan zichzelf te danken. Wie wil kan de top bereiken. Wie de top niet bereikt, heeft er niet hard genoeg voor gewerkt. Uitspraken zoals “wie wil werken, vindt altijd werk” verwijzen naar deze benadering.
Deze denkwijze vind je bijvoorbeeld terug in de voorstellen om langdurig werklozen te schorsen of te sanctioneren: er wordt geen andere oorzaak voor de werkloosheid gezocht dan de werkonwilligheid van de persoon in kwestie. De arme moet zich aanpassen aan de verwachtingen van de samenleving of wordt buiten spel gezet. Zo worden de armen nog meer uitgesloten en wordt er geen toekomstperspectief geboden. De vraag of en hoe de arme nog uit deze situatie kan geraken wordt niet beantwoord. De arme zelf heeft vaak het gevoel aan z’n lot overgelaten te worden, omdat de eigenlijke oorzaken van z’n problemen niet aangepakt worden.
“Wat een pechvogels!” (individueel ongevalmodel)
Dit model spreekt niet van schuld. Mensen in armoede hebben gewoon pech gehad. Ze zijn door verschillende tegenslagen in de armoede verzeild geraakt, bijvoorbeeld doordat ze ziek worden, hun baan verliezen of de kostwinner in het gezin overlijdt. Ze kunnen zelf niets doen aan deze gebeurtenissen. Het is niet hun schuld, maar een spijtige samenloop van omstandigheden.
Dit model spreekt niet van schuld. Mensen in armoede hebben gewoon pech gehad. Ze zijn door verschillende tegenslagen in de armoede verzeild geraakt, bijvoorbeeld doordat ze ziek worden, hun baan verliezen of de kostwinner in het gezin overlijdt. Ze kunnen zelf niets doen aan deze gebeurtenissen. Het is niet hun schuld, maar een spijtige samenloop van omstandigheden.
In deze denkwijze worden vaak kortetermijnoplossingen naar voren geschoven voor individuele situaties. Mensen in armoede worden gezien als ‘slachtoffers’ of ‘sukkelaars’, die geholpen moeten worden. Daarom bieden ze hen tijdelijk voedselpakketten, tweedehandskleding, … of vrienden schieten hen wat geld voor. Uiteraard kunnen deze oplossing tijdelijk voor een beetje ademruimte zorgen, maar het helpt mensen in armoede niet om structureel uit de problemen te raken. Ook maak je mensen op die manier afhankelijk van de aangeboden hulp. Het is dan ook belangrijk om te vertrekken vanuit de sterktes die mensen in zich hebben en door een goede begeleiding de mensen terug greep te laten krijgen op hun eigen leven.
Kritische bedenkingen bij individuele modellen
Individuele modellen bieden hoogstens een verklaring/oplossing voor enkele individuele verhalen. Ze zijn echter ontoereikend om de armoedeproblematiek volledig te verklaren en aan te pakken, doordat ze de omstandigheden waarin veel mensen opgroeien en leven miskennen. Ze belichten wel wat de persoon overkomt, maar gaan niet op zoek naar de oorzaken waardoor dit gebeurt. Ze kunnen dan ook niet verklaren waarom armoede in elke samenleving steeds weer opnieuw voorkomt.
Individuele modellen bieden hoogstens een verklaring/oplossing voor enkele individuele verhalen. Ze zijn echter ontoereikend om de armoedeproblematiek volledig te verklaren en aan te pakken, doordat ze de omstandigheden waarin veel mensen opgroeien en leven miskennen. Ze belichten wel wat de persoon overkomt, maar gaan niet op zoek naar de oorzaken waardoor dit gebeurt. Ze kunnen dan ook niet verklaren waarom armoede in elke samenleving steeds weer opnieuw voorkomt.
2. Oorzaak bij de maatschappij
De maatschappelijke modellen zoeken de oorzaak van de armoedeproblematiek op maatschappelijk niveau.
De maatschappelijke modellen zoeken de oorzaak van de armoedeproblematiek op maatschappelijk niveau.
“’t Zijn moeilijke tijden, hé!” (maatschappelijk ongevalmodel)
Het maatschappelijk ongevalmodel vertrekt van een ‘ongeval’ dat gebeurt in de maatschappij, zoals een terroristische aanslag, een landbouwcrisis, een economische crisis of de bankencrisis. Door deze crisissituaties is er meer werkloosheid, minder middelen om te investeren, … en dit brengt heel wat mensen in armoede.
Het maatschappelijk ongevalmodel vertrekt van een ‘ongeval’ dat gebeurt in de maatschappij, zoals een terroristische aanslag, een landbouwcrisis, een economische crisis of de bankencrisis. Door deze crisissituaties is er meer werkloosheid, minder middelen om te investeren, … en dit brengt heel wat mensen in armoede.
Dit model gaat ervan uit dat de problemen tijdelijk van aard zijn en dat armoede vanzelf zal verdwijnen als de crisis opgelost is. Helaas heeft het verleden al aangetoond dat dit niet het geval is. Ook in tijden zonder grote crisis leven er mensen in armoede.
“De maatschappij is naar de vaantjes!” (maatschappelijk schuldmodel)
Het maatschappelijk schuldmodel legt de schuld van armoede bij de samenleving. Mensen worden uitgesloten door de manier waarop onze samenleving werkt. Enkele voorbeelden:
Het maatschappelijk schuldmodel legt de schuld van armoede bij de samenleving. Mensen worden uitgesloten door de manier waarop onze samenleving werkt. Enkele voorbeelden:
- Het onderwijssysteem slaagt er niet in om de kloof tussen mensen uit verschillende socio-economische milieus weg te werken. Op het einde van de rit zie je opvallend meer kinderen uit de middenklasse met een ASO-diploma, terwijl een groot aantal kinderen die hun schoolloopbaan uit een moeilijkere startpositie begonnen zijn eindigen met een – helaas nog steeds minder gewaardeerd - BSO-diploma moeten stellen.
- Dienstverlening die minder goed toegankelijk is voor mensen in armoede.
- Financiële voordelen worden vaak toegekend door systemen van fiscale aftrekbaarheid, die vooral de gegoede klasse ten goede komen.
- Het politiek systeem dat er niet in slaagt mensen in armoede even hard te laten wegen op de politieke besluitvorming.
- …
Door de schuld bij de samenleving te leggen, wordt de samenleving ook verantwoordelijk gesteld om oplossingen te zoeken.

